ECLI:NL:RBZWB:2026:6509
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens verschoonbare termijnoverschrijding bij bezwaar overdrachtsbelasting
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag overdrachtsbelasting 2025, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het beroep ongegrond.
In het verzet gaf belanghebbende aan dat hij ernstig ziek was tijdens de bezwaartermijn, wat werd ondersteund door medische verklaringen van een bedrijfsarts, psycholoog en allergoloog. Ter zitting lichtte hij zijn ziektebeeld nader toe en stelde dat hij het bezwaarschrift zo spoedig mogelijk had ingediend.
De rechtbank concludeerde dat er twijfel bestond over de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding en dat de eerdere uitspraak onterecht was. Het verzet werd gegrond verklaard en de rechtbank deed tevens uitspraak op het beroep, waarbij het bezwaar ontvankelijk werd verklaard. De zaak werd terugverwezen naar de inspecteur voor een inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift.
Daarnaast werd bepaald dat de inspecteur het griffierecht van €53,- aan belanghebbende moet vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open voor het verzet, maar wel voor het beroep kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzet en beroep van belanghebbende zijn gegrond verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding, het bezwaar is ontvankelijk en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.