Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar tegen het primaire besluit van 25 mei 2023 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit van 25 januari 2024 ongegrond;
- veroordeelt het UWV tot betaling aan eiseres van € 115,38 aan vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling aan eiseres van € 1.384,62 aan vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 233,50;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 233,50.