Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 februari 2022 in de zaak tussen
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
[naam], te [woonplaats] , de werknemer.
Procesverloop
Overwegingen
23 november 2020 onderzoek heeft gedaan, heeft de werknemer niet gezien en de verzekeringsarts B&B heeft de werknemer slechts een enkele keer gezien en kortdurend onderzocht. Eiseres vraagt zich in gemoede af wat zij nog meer had kunnen doen aan de re-integratie van de werknemer.
23 november 2020, opgesteld door een verzekeringsarts van het UWV). Volgens de medische informatie gevoegd bij het Actueel oordeel, heeft de werknemer ook zelf gezegd dat de pijn hem uitput. Het vermelde in de Standaard sluit daarbij aan. Dat de verzekeringsartsen hierop niet zijn ingegaan roept twijfels op aan de juistheid van het oordeel van de verzekeringsartsen dat een urenbeperking niet aangewezen is. Bovendien is een loonsanctie een voor de werkgever belastend besluit, dat deugdelijk en inzichtelijk gemotiveerd dient te worden. Ook kan worden gewezen op de rechtspraak van de CRvB over eisen aan een zorgvuldige motivering van besluiten in arbeidsongeschiktheidskwesties, waarbij werkgevers betrokken zijn. [3]
14 december 2020, waarbij de loonsanctie werd opgelegd, te herroepen.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- herroept het primaire besluit van 14 december 2020 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
- bepaalt dat het UWV aan eiseres het in beroep betaalde griffierecht vergoedt van € 360;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.091,80.