Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. B. van Walderveen, rechter-plaatsvervanger belast met BPM-zaken, op grond van vermeende onrechtmatige benoeming, vermeende vooringenomenheid door eerdere publicaties en het prevaleren van nationaal recht boven Unierecht.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet te laat was ingediend en dat de rechter rechtmatig was benoemd als rechter-plaatsvervanger. De vermeende betrokkenheid van de rechter in een strafrechtelijk onderzoek en zijn publicaties in een vakblad vormden geen grond voor wraking.
De kamer benadrukte dat het wrakingsinstrument niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen inhoudelijke beslissingen en dat de rechter zijn zaken individueel beoordeelt zonder zich te laten leiden door eerdere uitspraken of persoonlijke standpunten.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid bestaat en verklaarde het wrakingsverzoek ongegrond. Er werd geen wrakingsverbod opgelegd en de behandeling van de BPM-zaken wordt voortgezet.