Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het procesverloop
- de processtukken zoals opgenomen in de procesdossiers met nummer BRE 23/9630 en BRE 23/9631;
- het wrakingsverzoek met één bijlage, ontvangen op 12 december 2025,
- het e-mailbericht van mr. B. van Walderveen, de gewraakte rechter, van
- het e-mailbericht van de gewraakte rechter van 18 december 2025 met als bijlage het Koninklijk Besluit van zijn beëdiging als rechter-plaatsvervanger per 1 januari 2017,
- de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 15 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- het ter zitting overhandigde stuk van zestien pagina’s van [gemachtigde] , waaruit hij de hoofdpunten heeft toegelicht,
- het ter zitting overhandigde stuk van mr. Van Walderveen waarin de standaardgrieven die [gemachtigde] naar voren brengt in de hoofdzaken zijn opgenomen.
2.Het verzoek
3.De gronden van het wrakingsverzoek
4.De reactie van de rechter
5.De beoordeling
- verklaart het verzoek tot wraking ongegrond;
- bepaalt dat de behandeling van de zaken met nummer BRE 23/9630 en BRE 23/9631 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens indiening van het verzoek.