ECLI:NL:RBZWB:2026:834
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag BPM wegens onjuiste CO2-uitstootregistratie
Belanghebbende heeft een naheffingsaanslag BPM ontvangen op basis van een door de RDW vastgestelde CO2-uitstoot van 196 gram per kilometer, terwijl zij een Certificaat van Overeenstemming (CVO) overlegt waarin een lagere uitstoot van 145 gram per kilometer staat vermeld. De rechtbank oordeelt dat het CVO het brondocument is en dat de RDW de CO2-uitstoot in het kentekenregister had moeten aanpassen conform het CVO.
De rechtbank vernietigt daarom de naheffingsaanslag en belastingrentebeschikking, omdat de door belanghebbende reeds betaalde BPM van € 1.315 correct is. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim 14 maanden, waarbij de inspecteur en de Staat gezamenlijk aansprakelijk worden gehouden.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak is openbaar en kan binnen zes weken worden bestreden door hoger beroep bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM en belastingrentebeschikking worden vernietigd en belanghebbende krijgt immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.