Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 februari 2026 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats], eiseres,
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, UWV.
Samenvatting
Procesverloop
equality of armslijken te ontwikkelen en tot slot wijst die rechtbank op de door een werkgever te maken (proces)kosten om een bedrijfsarts aansprakelijk te stellen. De rechtbank overweegt dat voor zover de ‘voor rekening en risico-benadering’ in deze zaak al genuanceerd zou moeten worden, dat niet wegneemt dat er na 11 september 2023 geen re-integratie inspanningen meer zijn ondernomen. De grond slaagt dan ook niet. Daar komt bij dat de Centrale Raad van Beroep in zijn uitspraak van 26 januari 2026 op het hoger beroep tegen de hiervoor genoemde uitspraak van Rechtbank Oost-Brabant onder meer heeft geoordeeld dat het aangehaalde wetsvoorstel geen reden is om de ‘voor rekening en risico-benadering’ te nuanceren [9] .
wellichtre-integratie kansen zijn gemist. Volgens eiseres heeft het UWV daarmee onvoldoende gemotiveerd dat er reden is voor een loonsanctie omdat ‘wellicht’ een verkeerd criterium is en het UWV aannemelijk moet maken dat onvoldoende re-integratie inspanningen zijn verricht. Het UWV heeft ter zitting toegelicht dat de term ‘wellicht’ overbodig is en dat het UWV vindt dat er re-integratie kansen zijn gemist. Naar het oordeel van de rechtbank levert het overbodige woord ‘wellicht’ in het bestreden besluit, mede gezien de toelichting van het UWV op de zitting, geen gebrekkig besluit op. Het UWV heeft aan de beoordeling immers wel de juiste maatstaf ten grondslag gelegd en de rechtbank kan deze overweging volgen gelet op wat is opgenomen in 5.5 tot en met 5.9.