Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 6 februari 2025 een beslistermijn tot uiterlijk 8 mei 2025 had gesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank sluit aan bij een lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn geldt. In dit geval is deze termijn al verstreken, zodat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €37.500. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 februari 2026.