Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de Dienst Toeslagen op haar bezwaar, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak een beslistermijn had gesteld. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank sluit aan bij de lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij een nadere beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn geldt. In dit geval is deze termijn reeds verstreken, waardoor verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €37.500. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 11 februari 2026.