ECLI:NL:RBZWO:2001:AC0558
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering tijdens vrijheidsontneming niet in strijd met EVRM
Eiser ontving sinds 1976 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Met de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) werd beoogd te voorkomen dat gedetineerden een uitkering uit collectieve middelen behouden terwijl de Staat ook in hun levensonderhoud voorziet. Verweerder trok daarom de WAO-uitkering van eiser per 1 juni 2000 in, nadat deze rechtens zijn vrijheid was ontnomen en de detentie langer dan een maand duurde.
Eiser stelde dat deze intrekking in strijd was met het Eerste Protocol bij het EVRM (eigendom), en de artikelen 6 (eerlijk proces) en 14 (verbod discriminatie) EVRM. De rechtbank overwoog dat de WAO-uitkering onder het eigendomsbegrip valt en dat er sprake is van eigendomsontneming. Echter is deze inbreuk geoorloofd indien een evenwichtige afweging tussen gemeenschapsbelangen en fundamentele rechten plaatsvindt, met een redelijke proportionaliteitsrelatie.
De rechtbank achtte de intrekking gerechtvaardigd, mede vanwege de overgangsregeling en het feit dat het recht op uitkering wordt heropend bij vrijlating. Ook was eiser tijdig geïnformeerd en had hij gelegenheid maatregelen te treffen. De financiële problemen van eiser stonden los van de intrekking. Er was geen schending van het recht op een eerlijk proces of discriminatie. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering tijdens detentie.