ECLI:NL:RBZWO:2003:AO1065
Rechtbank Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating van IMC Investments BV tot tussenkomst in civiele procedure over eigendom goederen
In deze civiele zaak bij de rechtbank Zwolle vraagt IMC Investments BV incidenteel tussen te komen in een procedure waarin de curator en ABN AMRO Bank worden aangesproken door een derde partij over de eigendom van bepaalde goederen. De bank en curator stelden dat de vordering tot tussenkomst te laat was ingediend en dat IMC Investments BV geen belang had bij tussenkomst.
De rechtbank overweegt dat het schriftelijk debat tussen partijen nog niet was afgesloten en dat de vordering dus niet tardief is. Tevens volgt de rechtbank de jurisprudentie van de Hoge Raad dat voldoende belang bij tussenkomst aanwezig is wanneer de schuldenaar van de verzoekende partij door een derde wordt aangesproken. Omdat IMC Investments BV door de derde partij wordt aangesproken en een vordering op de curator en bank pretendeert te hebben, is er voldoende belang.
Het verweer dat de vordering van IMC Investments BV verjaard zou zijn, behoort tot de hoofdzaak en kan niet in het incident worden behandeld. De rechtbank wijst de incidentele vordering tot tussenkomst toe en houdt de beslissing over de kosten aan tot de hoofdzaak. De procedure in de hoofdzaak wordt gesynchroniseerd met de tussenkomstprocedure.
De zaak wordt verwezen naar rolzittingen in januari, maart 2004 voor verdere proceshandelingen. De rechtbank wijst de vordering tot tussenkomst toe en stelt dat verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat IMC Investments BV tussenkomt in de procedure en houdt de beslissing over de kosten aan.