ECLI:NL:RVS:1999:AA3633
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- R.W.L. Loeb
- P.J.J. van Buuren
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar voor woningbouw in ecologische zone
Gedeputeerde staten van Limburg hebben op 21 mei 1996 geweigerd een verklaring van geen bezwaar af te geven voor de bouw van een woning aan de C-straat te B, omdat de locatie deel uitmaakt van het hoofdsysteem van de ecologische infrastructuur volgens het Streekplan Oostelijk Zuid-Limburg. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 2 oktober 1996 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellant beroep in bij de arrondissementsrechtbank Maastricht, die het beroep tegen het besluit ongegrond verklaarde en het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar niet-ontvankelijk.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat gedeputeerde staten terecht de verklaring van geen bezwaar hebben geweigerd, omdat zij gebonden zijn aan het streekplan en het belang van de ecologische hoofdstructuur. Het beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel werd verworpen, mede omdat de aangehaalde woningen van derden niet binnen de ecologische zone liggen. Ook is niet in strijd met de Algemene wet bestuursrecht gehandeld door het streekplan niet ter inzage te leggen, aangezien het een openbaar stuk betreft.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak werd op 4 juni 1999 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van gedeputeerde staten om een verklaring van geen bezwaar af te geven is bevestigd.