ECLI:NL:RVS:2001:AB0178
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J.R. Bakker
- N.T. Zijlstra
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake toevoeging rechtsbijstand na overlijden belanghebbende
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van verzoeken om toevoeging rechtsbijstand voor het instellen van rechtsmiddelen tegen de beëindiging van een ABW-uitkering van de overledene. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en appellant, die namens de erfgenamen en zichzelf hoger beroep instelde, werd geconfronteerd met de vraag of hij als belanghebbende kon worden aangemerkt.
De Raad van State oordeelt dat het belang waarvoor een toevoeging wordt verleend in principe alleen toekomt aan degene aan wie de toevoeging is verleend, en niet aan de rechtshulpverlener, tenzij sprake is van tegengestelde belangen. Dit was hier niet het geval. Omdat appellant geen rechtstreeks belang had, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep op 20 februari 2001 in het openbaar uitgesproken en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant geen belanghebbende is.