ECLI:NL:RVS:2001:AB0597
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- C.A. Terwee-van Hilten
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Toetsingskader bij gewijzigde rechtsregimes voor aanlegvergunning omzetten grasland in bollengrond
De zaak betreft het geschil over de juiste toetsingsgrondslag voor een aanvraag om een aanlegvergunning voor het blijvend omzetten van grasland in bollengrond. Na vernietiging van een eerdere beslissing op bezwaar door de rechtbank, moest burgemeester en wethouders een nieuwe beslissing nemen. De kernvraag was of deze beslissing moest worden getoetst aan het voorbereidingsbesluit dat gold ten tijde van de eerste beslissing of aan het inmiddels in werking getreden bestemmingsplan.
De rechtbank was van oordeel dat toetsing aan het voorbereidingsbesluit diende plaats te vinden omdat dit gunstiger was voor de aanvrager. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat deze uitzondering op de hoofdregel niet van toepassing was, omdat het hier niet ging om twee verschillende rechtsregimes, maar om een overgang van een voorbereidingsbesluit naar een bestemmingsplan dat het voorbereidingsbesluit vervangt.
Het bestemmingsplan bevat een absoluut verbod op het blijvend omzetten van grasland in bollengrond, terwijl het voorbereidingsbesluit een vergunningstelsel kent dat onder voorwaarden toestaat dat dergelijke omzetting plaatsvindt. De Afdeling stelde dat toetsing aan het bestemmingsplan niet ongunstiger is dan aan het voorbereidingsbesluit, omdat het bestemmingsplan mede het toetsingskader vormt voor de aanlegvergunning onder het voorbereidingsbesluit.
Daarom was het oordeel van burgemeester en wethouders om de aanvraag te weigeren op grond van het bestemmingsplan terecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De aanvraag om aanlegvergunning is terecht geweigerd op grond van het bestemmingsplan.