ECLI:NL:RVS:2001:AB1220
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- J.A.M. van Angeren
- E.A. Alkema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake aanslag Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid
Het bestuur van de Onderlinge Waarborgmaatschappij MAAV U.A. legde op 15 juli 1997 een aanslag op aan de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de aanslag vernietigde, stelde MAAV hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat MAAV als bestuursorgaan kwalificeert en dat het besluit tot oplegging van de aanslag een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, waartegen bezwaar en beroep openstaan. De rechtbank had geoordeeld dat het besluit geen deugdelijke wettelijke grondslag had vanwege het ontbreken van een vereveningsregeling, maar de Afdeling stelde vast dat de rechtbank dit onjuist had geïnterpreteerd.
De Afdeling vond dat de Wet medefinanciering aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en de daarbij behorende regeling samen een sluitend en verbindend geheel vormen, en dat de aanslag op een deugdelijke wettelijke grondslag berust. Ook werd geoordeeld dat de verdeelsleutel van de regeling niet kennelijk onredelijk is. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de Stichting ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de Stichting ongegrond verklaard.