ECLI:NL:RVS:2001:AB1437
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- P. van Dijk
- P.M.M. de Leeuw-van Zanten
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot zelfstandig opleggen dwangsom na uitspraak hoger beroep
In deze zaak verzocht A te B de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de uitspraak van 14 januari 2000 aan te vullen met een dwangsom op grond van artikel 8:72, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze dwangsom zou moeten worden opgelegd indien of zolang niet aan de uitspraak werd voldaan.
De Afdeling overwoog dat een beslissing tot oplegging van een dwangsom niet zelfstandig kan worden genomen, maar slechts in combinatie met een beslissing op het (hoger) beroep. Aangezien op het hoger beroep reeds uitspraak was gedaan, kon het verzoek niet in behandeling worden genomen. Tevens werd benadrukt dat de Awb geen aparte voorziening kent voor het niet of niet tijdig opvolgen van een uitspraak die tot vernietiging van een besluit leidt.
De Afdeling wees erop dat de rechtsbescherming tegen het niet opvolgen van een uitspraak gelijk is aan die tegen besluiten in het algemeen. Indien er sprake is van niet tijdig nemen van een hernieuwd besluit, is de rechtbank de bevoegde instantie om hierover te oordelen. Verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de rechtbank met een verzoek om toepassing van artikel 8:72, zevende lid, Awb.
Uiteindelijk verklaarde de Afdeling zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om een dwangsom op te leggen en wees zij erop dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart zich onbevoegd om zelfstandig een dwangsom op te leggen na uitspraak hoger beroep.