ECLI:NL:RVS:2001:AE3244
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- A.U. Kallan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering legalisatie Ghanese geboortebewijs wegens onvoldoende verificatie
Appellant verzocht de Minister van Buitenlandse Zaken om legalisatie van een Ghanese geboortebewijs. De Minister weigerde dit op grond van het beleid dat documenten uit probleemlanden, waaronder Ghana, eerst inhoudelijk geverifieerd moeten worden voordat legalisatie kan plaatsvinden. Appellant voerde aan dat zijn geboortebewijs al in 1991 was gelegaliseerd en dat dit herhaald zou moeten worden zonder nieuwe verificatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat het beleid van de Minister niet kennelijk onredelijk of onjuist is en dat het aan appellant is om met objectieve bronnen de juistheid van de geboortedatum aan te tonen. Omdat appellant geen onafhankelijke bevestiging kon overleggen en alleen gegevens van directe familie had, was de Minister gerechtvaardigd in zijn weigering.
De Raad ging ook in op de procedurele aspecten, waaronder het recht op een eerlijk proces en de toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb betreffende geheimhouding van stukken. De beperkingen in openbaarheid en equality of arms werden als gerechtvaardigd beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot legalisatie bevestigd.