ECLI:NL:RVS:2002:AE1243
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- J.H.B. van der Meer
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij civiele procedures over bedrijfsschade
Appellant, een teler van Incarvillea-knollen, leed ernstige bedrijfsschade door wateroverlast en voerde civiele procedures tegen het waterschap om schadevergoeding te verkrijgen. Nadat hij zijn bedrijf moest beëindigen, verzocht hij om toevoeging van rechtsbijstand voor voortzetting van deze procedures, welke verzoeken werden afgewezen op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat rechtsbijstandskosten voortvloeiend uit bedrijfsvoering, ook indien veroorzaakt door onrechtmatig handelen van derden, voor rekening van de ondernemer komen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze uitleg te ruim was en dat het ontbreken van gefinancierde rechtsbijstand zijn recht op toegang tot de rechter volgens artikel 6 EVRM Pro schond.
De Raad van State oordeelde dat de bepaling in de Wrb niet beperkt mag worden uitgelegd en dat rechtsbijstandkosten die verband houden met het bedrijf, ook indien veroorzaakt door derden, als risico van deelname aan het economisch leven gelden. De jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bevestigt dat er geen onbeperkt recht op gratis rechtsbijstand bestaat. De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet had kunnen reserveren of verzekeren tegen deze kosten en dat het recht op toegang tot de rechter niet in de kern wordt aangetast.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van toevoeging rechtsbijstand bevestigd.