ECLI:NL:RVS:2002:AE2054
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Kosto
- J.J.C. Voorhoeve
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Beoordeling partiële herziening streekplan Kernhem-Ede en milieu-effectrapportage
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen de vaststelling van de partiële herziening van het Streekplan Gelderland 1996, waarin het gebied Kernhem bij Ede is aangewezen als woningbouwlocatie voor maximaal 3.500 woningen. Zij betwisten onder meer de correcte totstandkoming van het milieu-effectrapport (MER) en de naleving van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de aanwijzing van Kernhem als woningbouwlocatie een concrete beleidsbeslissing is en dat het MER, bestaande uit het MER Interprovinciale structuurvisie grensregio Ede-Veenendaal en de Projectnotitie Kernhem, voldoet aan de wettelijke eisen. De stelling dat de implementatie van de milieu-effectrapportagerichtlijnen in nationale wetgeving onjuist zou zijn, wordt verworpen. Ook is geen passende beoordeling vereist op grond van de Habitatrichtlijn, omdat het plangebied op voldoende afstand ligt van beschermde Natura 2000-gebieden en geen significante negatieve effecten worden verwacht.
Verder wordt geoordeeld dat de behoefte aan de woningbouwlocatie voldoende aannemelijk is gemaakt en dat het volkshuisvestingsbelang redelijkerwijs kan prevaleren boven het belang van het onbebouwd laten van het gebied. De Afdeling verklaart zich onbevoegd ten aanzien van bezwaren tegen de inrichting van het gebied, omdat deze niet tot de concrete beleidsbeslissing behoren. De beroepen worden voor zover ontvankelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de partiële herziening streekplan Kernhem-Ede wordt ongegrond verklaard, behalve voor de inrichting waar de Afdeling zich onbevoegd verklaart.