Uitspraak
200608226/1, dat ten aanzien van dergelijke plannen, indien het besluit omtrent goedkeuring is genomen na 28 september 2006, toepassing moet worden gegeven aan hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer zoals dat luidt met ingang van 28 september 2006.
200105355/1, heeft de Afdeling onder meer geoordeeld dat evenbedoelde streekplanherziening het eerste ruimtelijke plan is dat in de mogelijkheid van woningbouw voorziet en dat de beroepsgronden betreffende het MER en de m.e.r.-procedure geen doel treffen, en heeft zij, voor zover hier van belang, het beroep van de vereniging tegen de in de partiële herziening vervatte concrete beleidsbeslissing ongegrond verklaard.
200300658/1van 24 september 2003 onherroepelijk zijn geworden, aannemelijk dat bij de vaststelling van het nieuwe streekplan als uitgangspunt heeft gegolden dat de woningbouw reeds tot uitvoering was gekomen.
200300658/1, onder meer als volgt geoordeeld:
200105355/1valt af te leiden dat deze passage geen onderdeel uitmaakt van de in de partiële herziening vervatte concrete beleidsbeslissing, betekent niet dat het college deze passage niet als richtsnoer bij zijn besluitvorming mocht hanteren. Verder heeft het college die passage terecht zo opgevat, dat een minimaal 50 m brede ecologische zone tussen de Doesburgerdijk en het woongebied voldoende is geacht. De verleende vrijstellingen staan niet in de weg aan een verbreding van de ecologische zone aan de noordzijde van de dijk tot de door appellanten noodzakelijk geachte 90 m.