ECLI:NL:RVS:2002:AE4844
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingenbewaring wegens te late kennisgeving
Appellant is op 2 april 2002 in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 29 maart 2002. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze bewaring ongegrond, maar appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de kennisgeving van de vrijheidsontnemende maatregel tijdig was gedaan. Volgens artikel 94 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 moet de kennisgeving uiterlijk op de derde dag na het besluit worden gedaan, met inachtneming van de Algemene Termijnenwet die verlengingen bij weekends en feestdagen regelt.
De Raad van State oordeelde dat de kennisgeving uiterlijk op 3 april 2002 had moeten plaatsvinden, maar feitelijk pas op 4 april 2002 is gedaan, waardoor deze te laat was. Dit maakte het besluit tot vrijheidsontneming onrechtmatig. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, de bewaring opgeheven en de zaak terugverwezen voor behandeling van een verzoek om schadevergoeding. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis en beveelt opheffing van de vreemdelingenbewaring wegens te late kennisgeving.