ECLI:NL:RVS:2002:AE6734
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C.K.W. Bartel
- R. Cleton
- J.J. Vis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuring Regionaal Structuurplan KAN inzake MTC en glastuinbouwlocatie Bergerden/Kamervoort
Het geschil betreft het besluit van 30 juni 1998 van gedeputeerde staten van Gelderland tot goedkeuring van het Regionaal Structuurplan KAN 1995-2015, waarin onder meer het Multimodaal Transport Centrum (MTC) te Valburg en het concentratiegebied glastuinbouw Bergerden/Kamervoort zijn opgenomen als concrete beleidsbeslissingen.
Appellanten, waaronder de Stichting Gelderse Milieufederatie en het Coöperatief Tuinbouwcentrum Lent, hebben beroep ingesteld tegen dit besluit. Zij stelden dat het milieueffectrapport (MER) onvolledig was, dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar de omvang en noodzaak van het MTC, de milieubelasting, de nautische veiligheid en de compensatie voor ecologische schade. Ook werd aangevoerd dat voor het glastuinbouwgebied geen MER was opgesteld, wat strijdig is met de Wet milieubeheer.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het MER voor het MTC onvoldoende inzicht biedt in de realisatiemogelijkheden en milieueffecten, en dat het RSP-KAN geen duidelijkheid verschaft over compensatie en nautische veiligheid. Voor het glastuinbouwgebied was geen MER opgesteld, terwijl dit wel vereist was. Daarom vernietigde de Afdeling de goedkeuring van deze onderdelen van het RSP-KAN. Tevens werd bepaald dat het nieuwe bestemmingsplan Bergerden het eerste plan is dat voorziet in de aanleg van het glastuinbouwgebied en dat daarvoor een MER is opgesteld.
De Afdeling veroordeelde gedeputeerde staten tot vergoeding van proceskosten aan de Milieufederatie en het Coöperatief Tuinbouwcentrum Lent en tot vergoeding van griffierechten aan de appellanten. De uitspraak werd gedaan op 21 augustus 2002.
Uitkomst: Het besluit tot goedkeuring van het RSP-KAN voor het MTC en het glastuinbouwgebied Bergerden/Kamervoort is vernietigd wegens onvoldoende milieueffectrapportage en onduidelijkheden in de ruimtelijke inpassing.