ECLI:NL:RVS:2002:AE5472
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing partiële streekplanherziening openruimte- en bufferzonebeleid Zuid-Limburg
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 17 juli 2002 uitspraak gedaan over beroepen tegen het besluit van provinciale staten van Limburg tot vaststelling van het partiële streekplan 'Openruimte- en Bufferzonebeleid Zuid-Limburg'. Het plan beoogt verstedelijking tegen te gaan door bebouwingscontouren te trekken rond kernen en rijksbufferzones scherp te begrenzen.
De Afdeling overweegt dat alleen onderdelen van het streekplan die voldoende concreet zijn en een afgewogen beleidsbeslissing bevatten, als besluiten in de zin van de Awb kunnen worden aangemerkt. De vastgestelde bebouwingscontouren voldoen hieraan en zijn dus toetsbaar. Andere onderdelen, zoals het richtcijferbeleid en de aanduiding van de grens van het stedelijk gebied, zijn indicatief en niet toetsbaar.
Verschillende beroepen richten zich op de ligging van contouren rond kernen zoals Ulestraten, Meerssen, Schimmert/Haasdal, Nuth en Ransdaal. De Afdeling oordeelt dat de contouren in het algemeen niet onredelijk zijn vastgesteld, rekening houdend met het behoud van het basiskapitaal, natuur- en landschapswaarden, en het voorkomen van verdere verstedelijking. Enkele beroepen worden gegrond verklaard omdat de motivering van de contouren op bepaalde punten ontbreekt of onduidelijk is, zoals bij percelen in het gebied 'Op de Bies' en bij een perceel met natuurwaarden in Ulestraten.
Ook wordt geoordeeld dat de bezwaarschriftprocedure terecht is overgeslagen vanwege de bijzondere procedure van streekplanherzieningen. De publicatie van het ontwerp in de Staatscourant heeft niet plaatsgevonden, maar dit leidt niet tot schending van belangen omdat het vastgestelde plan wel correct is gepubliceerd en betrokkenen voldoende gelegenheid tot participatie hebben gehad.
De Afdeling benadrukt dat de contouren strakke grenzen vormen waarbinnen toekomstige ontwikkelingen moeten plaatsvinden, maar dat binnen de contouren bestemmingsplannen nog steeds een belangenafweging vereisen. Lintbebouwing en buurtschappen worden in principe buiten de contouren gelaten om het open karakter van het buitengebied te behouden.
Samenvattend bevestigt de Afdeling het beleid van de provincie Limburg gericht op behoud van open ruimte en het voorkomen van verdere verstedelijking, waarbij de vastgestelde contouren als bindende beleidsbeslissingen gelden, met enkele uitzonderingen waar nadere motivering ontbreekt.
Uitkomst: De beroepen tegen het streekplan worden overwegend ongegrond verklaard, met enkele gegronde punten wegens onvoldoende motivering.