ECLI:NL:RVS:2002:AE7139
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ontbreken dienstweigering en geloofwaardigheid
Appellant had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de Staatssecretaris van Justitie op 26 november 2001 werd afgewezen. De president van de arrondissementsrechtbank te ’s-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde dat hij dienstweigeraar of deserteur was en dat hij vreest ingezet te worden bij militaire acties die internationaal worden veroordeeld, maar de president oordeelde dat hiervan geen sprake was.
Appellant voerde meerdere grieven aan, waaronder dat de president buiten de grenzen van het geschil was getreden en dat onjuiste feitelijke grondslagen waren gebruikt, zoals de duur van zijn onderduikperiode. Ook stelde appellant dat het ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse Zaken inzake Noord-Irak onjuist was en dat nader advies had moeten worden ingewonnen. De Raad van State oordeelde dat het ambtsbericht als deskundigenadvies kon worden beschouwd en dat er geen concrete aanwijzingen waren die twijfel aan de juistheid rechtvaardigden.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de president en verklaarde het hoger beroep van appellant kennelijk ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen in het openbaar op 8 maart 2002.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.