ECLI:NL:RVS:2002:AE9109

Raad van State

Datum uitspraak
9 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200202800/1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • B. van Wagtendonk
  • M. Vlasblom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:1 AwbArt. 1:3 AwbArt. 6:2 AwbArt. 8:2 AwbArt. 8 Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig genomen besluit in vreemdelingenrecht

In deze zaak heeft een vreemdeling beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op een verzoek om het COA te adviseren haar verstrekkingen opnieuw te laten ontvangen. De voorzieningenrechter had dit beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen een week te beslissen.

De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek van de vreemdeling feitelijk strekte tot wijziging van een algemeen verbindend voorschrift, namelijk een onderdeel van de Vreemdelingencirculaire 2000 dat door de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997 tot algemeen verbindend voorschrift was gemaakt.

Omdat tegen algemeen verbindende voorschriften geen beroep openstaat op grond van artikel 8:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, kon het verzoek niet als een besluit worden aangemerkt waartegen beroep mogelijk is. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk.

Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 augustus 2002.

Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek strekt tot wijziging van een algemeen verbindend voorschrift.

Uitspraak

Raad
van State
200202800/1.
Datum uitspraak: 9 augustus 2002
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de Staatssecretaris van Justitie,
appellant,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 22 mei 2002 in het geding tussen:
[vreemdeling]
en
appellant.
1. Procesverloop
Bij uitspraak van 22 mei 2002, verzonden op diezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats ’s-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het door [vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) ingestelde beroep tegen het uitblijven van een beslissing op een door haar gedaan verzoek van 24 april 2002 om het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna: het COA) het advies te geven haar de verstrekkingen bij of krachtens de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers opnieuw te laten ontvangen gegrond verklaard en bepaald dat de Staatssecretaris van Justitie (hierna: de staatssecretaris) binnen een week op het verzoek beslist. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 29 mei 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 juli 2002, waar de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, als ambtsopvolger van de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. A.W. van Leeuwen, advocaat te 's-Gravenhage, is verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.
Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt, voor zover thans van belang, het niet tijdig nemen van een besluit voor de toepassing van wettelijke voorschriften over beroep met een besluit gelijkgesteld.
Ingevolge artikel 8:2, aanhef en onder a, van de Awb kan geen beroep worden ingesteld tegen een besluit, inhoudende een algemeen verbindend voorschrift of een beleidsregel.
2.2. Ingevolge artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 1997 (hierna: de Rva 1997), eindigen de verstrekkingen, als bedoeld in artikel 5 van Pro die Regeling, indien het een vreemdeling betreft die rechtmatig verwijderbaar is vanwege het niet-inwilligen van de asielaanvraag die recht geeft op opvang, op de dag waarop de vreemdeling rechtmatig verwijderbaar is geworden.
Ingevolge artikel 1, tweede lid, aanhef en onder b, van de
Rva 1997, voor zover thans van belang, wordt onder “rechtmatig verwijderbare vreemdeling” verstaan een vreemdeling, op wiens asielaanvraag in eerste aanleg in negatieve zin is beslist, tenzij de betrokkene in afwachting is van een rechterlijke uitspraak op een binnen de vertrektermijn ingediend verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beslissing dat de behandeling van het beroepschrift niet in Nederland mag worden afgewacht, tenzij dit verzoek op grond van de Vreemdelingencirculaire 2000 (hierna: de Vc 2000) niet hier te lande mag worden afgewacht.
Onderdeel C4/17.3.2 van de Vc 2000 vermeldt, voor zover thans van belang, dat indien sprake is van een herhaald verzoek om een voorlopige voorziening, de uitspraak alleen in Nederland mag worden afgewacht, indien sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden.
2.3. Vast staat dat het in dit geval gaat om een herhaald verzoek en dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
2.4. Grief 1 is gericht tegen de overweging dat het verzoek van de vreemdeling van 24 april 2002 aangemerkt dient te worden als een verzoek om een uitzondering op het gevoerde beleid te maken en haar alsnog toe te staan de uitspraak op het tweede verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland af te wachten, alsmede van deze beslissing mededeling te doen aan het COA. Ten onrechte heeft de voorzieningenrechter het al dan niet inwilligen van dat verzoek in schriftelijke vorm aangemerkt als een voor beroep vatbaar besluit, zodat evenmin beroep kan worden ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit, aldus de grief.
2.4.1. Die grief slaagt. De Rva 1997, een samenstel van algemeen verbindende voorschriften, verwijst in voormeld artikel 1, tweede lid, aanhef en onder b, voor de gevallen waarin sprake is van een rechtmatig verwijderbare vreemdeling in de zin van artikel 8, eerste lid, aanhef en
onder b, naar de Vc 2000 en maakt aldus het hierboven weergegeven onderdeel van de Vc 2000 tot algemeen verbindend voorschrift. Gelet hierop, moet het verzoek van de vreemdeling worden aangemerkt als strekkend tot wijziging van dat voorschrift. Nu de vaststelling van een algemeen verbindend voorschrift ingevolge artikel 8:2 van Pro de Awb niet voor beroep vatbaar is, is de weigering om dit voorschrift te wijzigen dat evenmin. Gelet hierop, heeft de voorzieningenrechter ten onrechte overwogen dat het al dan niet inwilligen van dat verzoek in schriftelijke vorm een besluit is, waartegen beroep open staat.
2.5. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het bij de rechtbank ingediende beroep van de vreemdeling alsnog niet-ontvankelijk verklaren.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats 's-Hertogenbosch van 22 mei 2002 in zaak nr. AWB 02/38261;
III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en mr. B. van Wagtendonk en mr. M. Vlasblom, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.W. Mackenzie, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Mackenzie
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2002
43-359.
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift
de Secretaris van de Raad van State
voor deze,