ECLI:NL:RVS:2002:AF2003
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuw feit in aanvraag verblijfsvergunning na eerdere afwijzing
De staatssecretaris van Justitie heeft herhaalde aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde de besluiten. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat op grond van artikel 4:6 Awb Pro en artikel 31 Vreemdelingenwet Pro 2000 een nieuwe aanvraag alleen in behandeling kan worden genomen indien sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De feiten waarop de tweede aanvraag was gebaseerd, zoals meervoudige verkrachtingen, waren al bekend bij de eerste procedure en kunnen niet als nieuw worden aangemerkt.
De voorzieningenrechter heeft ten onrechte het beroep gegrond verklaard en de besluiten vernietigd. De Raad van State vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. De staatssecretaris mag de tweede aanvraag afwijzen onder verwijzing naar het eerdere besluit. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraken van de voorzieningenrechter en verklaart de beroepen van de vreemdelingen ongegrond wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten.