ECLI:NL:RVS:2003:AF4693
Raad van State
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering bouwvergunning zomerwoning op Terschelling
Het college van burgemeester en wethouders van Terschelling weigerde op 22 november 1999 een bouwvergunning voor het veranderen van een zomerwoning op een perceel met bestemming 'Eengezinshuizen klasse B'. Het bezwaar tegen deze weigering werd ongegrond verklaard en de rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep daarop eveneens ongegrond.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het bouwplan ten onrechte had getoetst aan de overgangsbepalingen met betrekking tot het gebruik, terwijl dit niet automatisch bouwrecht geeft. Daarnaast had het college onterecht de overgangsbepalingen over het bouwen niet toegepast, terwijl bestaande illegale bouwwerken volgens vaste jurisprudentie wel onder het overgangsrecht kunnen vallen.
De Afdeling stelde dat het college had moeten vaststellen of het gebouw op de peildatum als zomerwoning gekwalificeerd kon worden en of het bouwplan een gedeeltelijke vernieuwing betrof zonder vergroting van afwijkingen. De motivering van het college was onvoldoende en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep gegrond verklaard en het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.