Uitspraak
200204380/1kan hem niet baten, nu in dat geval een algehele vernieuwing van het in dat geding aan de orde zijnde bouwwerk, indien dat door het overgangsrecht beschermd zou worden, evenmin zou zijn toegestaan.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Woudrichem heeft appellant bevolen het tuinhuis op zijn perceel te verwijderen omdat het zonder de vereiste lichte bouwvergunning is gebouwd op een zijerf, in strijd met het bestemmingsplan 'De Oude Ban 2002' met bestemming Groen.
Appellant voerde onder meer aan dat het tuinhuis onder het overgangsrecht viel omdat er al ruim 20 jaar een tuinhuis stond, en dat er sprake was van gerechtvaardigd vertrouwen door toezeggingen van een ambtenaar. Deze bezwaren werden verworpen omdat het oude tuinhuis was gesloopt en vervangen door een groter nieuw tuinhuis, waardoor het overgangsrecht niet van toepassing is. Tevens is het beroep op toezeggingen onvoldoende omdat duidelijk was dat een vergunning vereist was.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot handhaving en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden om daarvan af te zien. Ook het verzoek om vrijstelling werd terecht afgewezen vanwege de negatieve impact op de groenstructuur. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het bestuursdwangbesluit tot verwijdering van het tuinhuis bevestigd.