ECLI:NL:RVS:2003:AF6369
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- P.A. Offers
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onvoldoende valbeveiliging bij arbeidsongeval
Appellante kreeg een bestuurlijke boete opgelegd vanwege een arbeidsongeval waarbij een werknemer viel tijdens werkzaamheden op een vrachtwagen zonder adequate valbeveiliging. De boete werd gehandhaafd door de rechtbank en appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of er sprake was van valgevaar zoals bedoeld in artikel 3.16 van het Arbobesluit en of appellante voldoende maatregelen had genomen om dit te voorkomen. Appellante stelde dat er geen valgevaar was bij de voorgestane werkwijze en dat de randen van de laadbak als natuurlijke leuningen fungeerden. De Raad van State oordeelde echter dat het valgevaar aanwezig was en dat de randen door de lading geen effectieve leuningen vormden.
Verder werd het betoog dat de werknemer verwijtbaar handelde verworpen, omdat ook de voorgestelde werkwijze niet als veilig kon worden beschouwd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet, mede vanwege het reactieve karakter van de inspectie na het arbeidsongeval. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en handhaafde de boete.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bestuurlijke boete wegens het ontbreken van randbeveiliging bij werkzaamheden met valgevaar.