ECLI:NL:RBOBR:2015:3100
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtredingen Wet arbeid vreemdelingen deels vernietigd en gematigd
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het beroep van eiser tegen een bestuurlijke boete opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Eiser werd beboet voor het niet beschikken over tewerkstellingsvergunningen en het niet verstrekken van afschriften van identiteitsbewijzen aan inlenende werkgevers.
De rechtbank oordeelde dat het Salduz-arrest niet van toepassing was omdat geen vrijheidsbenemend dwangmiddel was toegepast en eiser niet minderjarig was. De redelijke termijn van twee jaar was niet overschreden, aangezien deze aanvangt bij kennisgeving van de boete. De bewijslast rustte op het bestuursorgaan, waaraan strenge eisen worden gesteld. Voor een aantal overtredingen was onvoldoende overtuigend bewijs geleverd, waardoor die boetes werden vernietigd.
Verder werd vastgesteld dat de urennorm van 10 uur per week niet marginaal was overschreden en dat matiging van de boete niet aan de orde was, ondanks de persoonlijke omstandigheden van eiser. De rechtbank stelde de boete vast op €31.875 en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt deels het bestreden besluit, matigt de boete tot €31.875 en wijst het beroep van eiser toe.