ECLI:NL:RVS:2003:AF7379
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- K. Brink
- M. Oosting
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning schapenhouderij wegens onvoldoende zorgvuldige besluitvorming en onduidelijke milieubeoordeling
Het college van burgemeester en wethouders van Ameland verleende op 16 april 2002 een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een schapenhouderij. Appellanten stelden beroep in tegen dit besluit. De Raad van State behandelde het beroep en stelde vast dat de vergunning gebaseerd was op een nieuw geuronderzoek dat niet ter inzage was gelegd, waardoor appellanten niet konden reageren.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat een nieuw ontwerpbesluit had moeten worden opgesteld en ter inzage gelegd. Tevens was de gebruikte beoordelingsmethode voor stankhinder onvoldoende gemotiveerd en versimpeld ten opzichte van de eerder gehanteerde richtlijn, waardoor niet kon worden vastgesteld of de beoordelingsvrijheid juist was toegepast.
Gezien het belang van het stankaspect voor de vergunningverlening vernietigde de Raad van State het gehele besluit. De gemeente Ameland werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierechten aan de appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot vergunningverlening wordt vernietigd wegens schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en onvoldoende motivering.