ECLI:NL:RVS:2003:AF8601
Raad van State
- Hoger beroep
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbende bij buitenbehandeling laten aanvraag vergunning recreatie-inrichting
De burgemeester van Den Haag liet op 20 juni 2001 de aanvraag van een vergunning voor het exploiteren van een alcoholvrije recreatie-inrichting buiten behandeling. Appellanten, waaronder een bewonersorganisatie en twee particulieren, maakten bezwaar tegen dit besluit. De burgemeester verklaarde de bezwaren van twee appellanten niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbenden waren. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van de bewonersorganisatie niet-ontvankelijk omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht alleen degene wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken als belanghebbende kan worden aangemerkt. Bij een besluit tot buitenbehandeling laten van een vergunningaanvraag voor een recreatie-inrichting is dat uitsluitend de aanvrager. Omdat de appellanten sub 2 en 3 geen vergunning hadden aangevraagd, konden zij niet als belanghebbenden worden beschouwd en waren hun bezwaren niet-ontvankelijk.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen van de appellanten ongegrond. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 14 mei 2003 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.