Uitspraak
200203941/1, is slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken bij een besluit tot weigering van een gevraagde vergunning. Dit houdt in dat bij een besluit om een vergunning voor het jagen op wildsoorten, als bedoeld in artikel 53 van Pro de Jachtwet, te weigeren slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks is betrokken. Vast staat dat niet appellante, doch de WBE de aanvrager was van de evengenoemde vergunning. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het belang van appellante niet rechtstreeks was betrokken bij het besluit van 18 april 2000. Appellante kon derhalve tegen dit besluit niet een ontvankelijk bezwaar maken. Hieruit volgt dat ten aanzien van appellante niet is voldaan aan het vereiste van de processuele connexiteit, zodat de Staatssecretaris het bezwaar van appellante tegen het besluit van 5 juni 2002 niet-ontvankelijk had moeten verklaren. De rechtbank heeft dit miskend.