ECLI:NL:RVS:2003:AF8945
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- H. Troostwijk
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vaststelling beperking rijgeschiktheid tot privé-gebruik bij ICD-drager
De Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) gaf aan een aanvrager met een implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) een verklaring van geschiktheid af voor het besturen van motorrijtuigen van categorie B en B+E, beperkt tot privé-gebruik voor drie jaar. De aanvrager betwistte deze beperking omdat hij het rijbewijs ook voor werk nodig had en stelde dat de beperking niet nader was omschreven, wat tot rechtsonzekerheid zou leiden.
De rechtbank vernietigde het besluit van het CBR wegens ondeugdelijke motivering, omdat het CBR niet had uitgelegd wat onder privé-gebruik wordt verstaan en de verantwoordelijkheid voor de interpretatie bij de aanvrager had gelegd. De Raad van State oordeelt echter dat het CBR op grond van het imperatieve wettelijke kader (art. 103 lid 6 Reglement Pro rijbewijzen en paragraaf 6.7.4 van de Regeling eisen geschiktheid 2000) geen andere keuze had dan de beperking op te leggen en dat het niet aan het CBR is om de wettelijke term privé-gebruik nader te definiëren.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep tegen het besluit van het CBR ongegrond. De motiveringsplicht van het CBR strekt niet zover dat het begrip privé-gebruik nader moet worden uitgelegd; dit is een taak van de regelgever. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de beperking 'alleen tijdens privé-gebruik' wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.