ECLI:NL:RVS:2003:AH9895
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning wegens toepassing artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
De staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd af op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, omdat er ernstige redenen waren te veronderstellen dat zij zich schuldig had gemaakt aan gedragingen die uitsluiting rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, onder meer omdat zij oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende gelegenheid had gekregen om correcties op het rapport van nader gehoor in te dienen en dat de ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken onvoldoende zorgvuldig waren opgesteld.
De minister stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris de feiten in de ambtsberichten niet zonder nader onderzoek mocht gebruiken en dat de vreemdeling niet in haar belangen was geschaad door het ontbreken van een mededeling over correctiemogelijkheden, aangezien zij na het aanvullend gehoor gelegenheid had gehad om correcties in te dienen maar daarvan geen gebruik maakte.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling door het weigeren van toestemming voor kennisneming van onderliggende stukken de rechtbank de mogelijkheid had ontnomen om de ambtsberichten adequaat te beoordelen, en dat de rechtbank daardoor ten onrechte de gevolgen van die weigering voor risico van de minister mocht brengen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor hernieuwde behandeling en beslissing met inachtneming van haar overwegingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.