ECLI:NL:RVS:2003:AN7266
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake onttrekking parkeerterrein aan openbaar verkeer
Appellant sub 2 heeft bij besluit van 11 april 2001 een voormalig parkeerterrein aan de Mokerstraat/Aambeeldstraat in Amsterdam onttrokken aan het openbaar verkeer om het in erfpacht uit te geven aan appellante sub 1 voor de bouw van een bedrijfsverzamelcomplex. Derde belanghebbende, die het aangrenzende terrein in erfpacht heeft, stelde bezwaar tegen dit besluit omdat zij vreest haar toegang tot haar terrein te verliezen. De rechtbank verklaarde het beroep van derde belanghebbende gegrond en vernietigde het besluit.
De Raad van State oordeelt dat appellant sub 2 bij het nemen van het besluit gebonden was aan de beslistermijn van de Algemene wet bestuursrecht en het eindvonnis in de civiele procedure niet kon afwachten. De belangenafweging was zorgvuldig en de belangen van derde belanghebbende zijn niet zodanig dat het besluit onrechtmatig is. De Raad stelt vast dat derde belanghebbende haar beroep tegen de bouwvergunning heeft ingetrokken en dat civielrechtelijke mogelijkheden bestaan om haar belangen te beschermen.
De Raad van State verklaart de hoger beroepen gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van derde belanghebbende ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van derde belanghebbende tegen het besluit tot onttrekking van het parkeerterrein aan het openbaar verkeer ongegrond.