ECLI:NL:RVS:2003:AN9718
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom wegens overtreding milieuvoorschriften epoxy groothandel
Poxy Vloeren Benelux B.V. heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam waarin lasten onder dwangsom zijn opgelegd wegens overtreding van voorschriften verbonden aan een milieuvergunning uit 1994 voor het oprichten en in werking hebben van een groothandel in epoxy grindvloeren aan een locatie te Rotterdam.
De dwangsommen werden opgelegd voor diverse overtredingen van milieuvoorschriften, waaronder onjuiste opslag van gevaarlijke stoffen en het niet voldoen aan eisen voor kluizen volgens de CPR 15-1 richtlijn. Verweerder stelde dat appellante als houder van de vergunning verantwoordelijk is voor naleving van de voorschriften, ook al betwistte appellante haar status als rechtsopvolger.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante de inrichting dreef en dus als vergunninghouder moet worden aangemerkt. De overtredingen waren voldoende vastgesteld en de opgelegde lasten onder dwangsom waren gerechtvaardigd, mede gezien de herhaalde overtredingen in het verleden. De preventieve lasten waren ook terecht opgelegd vanwege het reële gevaar van toekomstige overtredingen.
Appellante voerde aan dat de dwangsombedragen te hoog en de termijnen te kort waren, en dat vorst het bouwen van de kluizen bemoeilijkte. De Afdeling stelt dat tijdelijke onmogelijkheid tot naleving aanleiding had kunnen zijn om opschorting te verzoeken, maar ziet geen reden om de termijnen of bedragen onredelijk te achten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van Poxy Vloeren Benelux B.V. tegen de lasten onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.