ECLI:NL:RVS:2003:AO0275
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.M. Boll
- D. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake bezwaar tegen overbrenging afvalstoffen volgens EVOA
Verzoekster wilde 18 miljoen kilogram gemengde verpakkingsmaterialen overbrengen naar een Duitse vennootschap volgens de EVOA-procedure. Verweerder maakte bezwaar tegen dit voornemen bij besluit van 29 april 2003. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening, welke op 26 mei 2003 werd toegewezen door schorsing van het besluit.
Verweerder verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 12 november 2003, waarna verzoekster beroep instelde en opnieuw een voorlopige voorziening vroeg. De Voorzitter behandelde dit verzoek op 1 december 2003. Uit de procedure bleek dat verweerder niet tijdig bezwaar had gemaakt volgens de EVOA-termijnen, waardoor bezwaar tegen de overbrenging niet langer mogelijk was.
De Voorzitter oordeelde dat de schorsing van het oorspronkelijke besluit zich ook uitstrekt over het bestreden besluit en dat verzoekster geen spoedeisend belang had bij een nieuwe voorlopige voorziening tegen dat besluit. Wel werd vastgesteld dat verweerder ten onrechte bezwaar bleef maken tegen de overbrenging en dat stilzwijgende toestemming niet van toepassing was.
Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen die verweerder verplicht binnen vijf werkdagen schriftelijke instemming te geven voor de uitvoer overeenkomstig het kennisgevingsformulier, met een dwangsom bij niet-naleving. Verzoekster kreeg tevens vergoeding van het griffierecht. Het verzoek om onderzoek naar geleden schade werd afgewezen.
Uitkomst: Verweerder wordt verplicht binnen vijf werkdagen schriftelijke instemming te geven voor de uitvoer van afvalstoffen, met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.