ECLI:NL:RVS:2004:AO3389
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bouwvergunning en vrijstelling voor woningbouw Hoek van Holland
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland verleende op 23 augustus 2000 een vrijstelling en bouwvergunning voor het oprichten van vijf woningen op een perceel dat volgens het geldende bestemmingsplan was bestemd als tuin. Het bouwplan voorzag in twee bouwlagen met een kap, wat volgens het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan maximaal drie bouwlagen mocht zijn. Appellant maakte bezwaar tegen het besluit, dat bij meerdere besluiten werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant in eerste instantie gegrond, maar vernietigde het besluit alleen vanwege onjuiste situatietekeningen. Later verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
Appellant voerde aan dat het bouwplan feitelijk uit vier bouwlagen bestond en dat de goot- en nokhoogte niet aan de planvoorschriften voldeden. Ook stelde hij dat de situering van dakterrassen in strijd was met het bestemmingsplan en dat het dagelijks bestuur ten onrechte volstond met een welstandsadvies zonder eigen motivering. De Afdeling oordeelde dat het bouwplan uit twee bouwlagen met een kap bestond, waarbij de kap als één bouwlaag werd beschouwd. De hoogte van het bouwplan voldeed aan de maximale goot- en nokhoogte. De situering van de dakterrassen was niet in strijd met het bestemmingsplan, en het vertrouwensbeginsel kon niet worden ingeroepen.
De Afdeling stelde echter vast dat het dagelijks bestuur het motiveringsbeginsel had geschonden door zich uitsluitend te baseren op het welstandsadvies zonder nadere motivering, terwijl appellant gemotiveerd bezwaar had gemaakt. Hierdoor was de beslissing op bezwaar van 26 maart 2002 in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep van appellant werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, en het besluit van het dagelijks bestuur vernietigd. Het dagelijks bestuur werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het dagelijks bestuur vernietigd wegens schending van het motiveringsbeginsel.