ECLI:NL:RVS:2004:AO4783
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake correctieverzoek persoonsgegevens UWV
Appellante verzocht het UWV om correcties aan te brengen in haar dossier in het kader van de Wet Terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen (Wet TBA). Het UWV weigerde correcties, waarna appellante bezwaar maakte en beroep instelde bij de rechtbank Breda. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het verzoek om correctie niet kon leiden tot aanpassing van subjectieve gegevens zoals meningen en conclusies.
Appellante ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat zij bevoegd is kennis te nemen van het hoger beroep, omdat het verzoek tot correctie valt onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en niet onder de Beroepswet. De Afdeling bevestigde dat het recht op correctie van persoonsgegevens niet strekt tot het wijzigen van subjectieve indrukken of meningen.
Verder werd geoordeeld dat het UWV voldeed aan de verplichtingen door het schriftelijk commentaar van appellante aan het dossier toe te voegen. De Afdeling verwierp het betoog dat niet alle relevante stukken waren overgelegd, omdat de Wet TBA niet relevant is voor dit verzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.