ECLI:NL:RVS:2004:AO5215
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit gemeenteraad Leiden over vestiging voorkeursrecht op grondslagen bestemmingsplan
De raad van de gemeente Leiden heeft bij besluit van 13 november 2001 percelen van appellanten aangewezen als gronden waarop de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing is. Appellanten stelden bezwaar en beroep in tegen dit besluit en het niet tijdig nemen van een beslissing daarop. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en ongegrond voor zover gericht tegen het besluit op bezwaar.
In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat artikel 9 van Pro de Wvg de vestiging van het voorkeursrecht in de weg stond en dat het structuurplan “Een boomgaard van kennis” geen voldoende planologische grondslag bood vanwege eerdere vernietigingen. De Afdeling oordeelde dat artikel 9 niet Pro van toepassing was op het voorkeursrecht dat betrekking had op gronden in een bestemmingsplan en dat eerdere besluiten rechtens onaantastbaar waren.
Voorts stelde de Afdeling vast dat het structuurplan nog steeds geldt en dat de bedrijfsbestemming aan de percelen van appellanten niet is komen te vervallen. Ook werd geoordeeld dat de raad het algemeen belang mocht laten prevaleren boven het individuele financiële belang van appellanten, zodat geen strijd met artikel 3:4 Awb Pro bestond.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de raad van Leiden tot vestiging van het voorkeursrecht wordt bevestigd.