Uitspraak
200607717/1) is bij de parlementaire behandeling van de Wvg tot uitdrukking gebracht dat de voorkeursregeling niet zo beperkt behoeft te worden opgevat dat deze alleen zou kunnen worden toegepast wanneer sprake is van een bestemming voor wezenlijk andere gebruiksvormen. Ook wanneer de nieuwe bestemming voorziet in een vergelijkbaar, maar intensiever gebruik dan het bestaande, zal van een afwijkend gebruik kunnen worden gesproken. Ten tijde van de aanwijzing van de raad bij besluit van 28 januari 2010 was de toegedachte bestemming aan de betrokken percelen in het plangebied Stadsbedrijvenpark 'woningbouw met de bij een woonwijk behorende maatschappelijke, commerciële kantoren en recreatieve voorzieningen'. Dit is nader uitgewerkt in de structuurvisie waarin staat vermeld dat het Stadsbedrijvenpark gefaseerd wordt omgevormd tot een centrumstedelijk gebied met twee belangrijke functies, namelijk wonen en bedrijvigheid. Daarbij wordt de nadruk gelegd op de bestemming wonen in het zuidelijk deel waar de desbetreffende percelen van [appellante] zijn gelegen.
200305022/1) heeft de wetgever bij de totstandkoming van de Wvg het met het vestigen van een voorkeursrecht te dienen algemene belang reeds afgewogen tegen het individuele financiële belang van de betrokken grondeigenaren, zodat het financiële belang niet meer afzonderlijk in de afweging behoeft te worden betrokken.
200803878/1. Aldus doet zich geen ongeoorloofde schending voor van artikel 1 van Pro het eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden of in enig ander internationaal verdrag neergelegd fundamenteel recht.