ECLI:NL:RVS:2004:AO7483
Raad van State
- Hoger beroep
- C. de Gooijer
- J.A.M. van Angeren
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake nadeelcompensatie aanleg HOV-baan Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees een aanvraag om nadeelcompensatie af op grond van de Verordening Schadecompensatieregeling Aanleg HOV-baan. De rechtbank Utrecht vernietigde dit besluit en verklaarde het beroep gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Appellant, eigenaar van een onderneming in audioapparatuur, stelde dat hij schade had geleden door de aanleg van de HOV-baan, maar volgens het fiscale winstbegrip was er geen sprake van winstderving. Het college hanteerde een hardheidsclausule en gebruikte omzetcijfers als uitgangspunt, waarbij een omzetverlies van minder dan 15% niet als onevenredige schade werd aangemerkt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht het criterium van 15% omzetverlies hanteerde en dat de rechtbank ten onrechte verlangde dat het college een winstderving moest berekenen. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, omdat het college redelijkerwijs kon oordelen dat geen schadevergoeding toekwam. Ook het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen werd verworpen.
De Afdeling wees vergoeding van proceskosten af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het college heeft terecht geen schadevergoeding toegekend wegens onvoldoende omzetverlies.