ECLI:NL:RVS:2004:AO8469
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.E.M. Polak
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herstelverzoek vervallen Europees octrooi wegens niet tijdig indienen
Appellante werd door het Bureau voor de Industriële Eigendom geïnformeerd dat haar Europees octrooi nr. 0590623 voor Nederland per 1 april 2000 was vervallen wegens niet tijdige betaling van de verschuldigde bedragen. Appellante verzocht om herstel van het octrooi, maar dit verzoek werd door het Bureau niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar ongegrond verklaard omdat het verzoek niet binnen de vereiste termijn was ingediend.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissingen ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het herstelverzoek ruim elf maanden na het verzuim was ingediend, terwijl de wettelijke termijn voor het indienen van een dergelijk verzoek volgens artikel 23 ROW Pro 1995 zo spoedig mogelijk, en in de praktijk binnen circa drie maanden na ontdekking van het verzuim, is.
Appellante voerde aan dat misverstanden tussen haar gemachtigden en onduidelijkheid over de verantwoordelijkheid voor het niet voldoen van betalingsherinneringen het late indienen verklaarden, maar de rechtbank en het Bureau lieten deze omstandigheden voor rekening van appellante komen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond, zonder aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het herstelverzoek van appellante wordt afgewezen omdat het niet zo spoedig mogelijk na het verzuim is ingediend.