ECLI:NL:RVS:2004:AO9693
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering handhaving bouw zonder vergunning heipalen en fundering
Het college van burgemeester en wethouders van Bergschenhoek weigerde handhavend op te treden tegen het slaan van heipalen en het aanbrengen van een fundering op een perceel, omdat het volgens hen niet als bouwen in de zin van de Woningwet werd aangemerkt. Appellant stelde dat dit wel bouwactiviteit was waarvoor een vergunning vereist was.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het geheel van heipalen en fundering, gelet op de omvang, solide verankering en plaatsgebonden karakter, wel degelijk een bouwwerk is in de zin van artikel 1 van Pro de Woningwet.
Verder stond vast dat deze bouwactiviteit niet viel onder de vrijstellingen van artikel 43 Woningwet Pro, zodat het college bevoegd was handhavend op te treden. De bestreden beslissing op bezwaar was daarom niet deugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit van het college om niet handhavend op te treden tegen het bouwen zonder vergunning werd vernietigd en het beroep van appellant gegrond verklaard.