ECLI:NL:RVS:2004:AP3364
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- B.J. van Ettekoven
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen last onder dwangsom en bestuursdwang veehouderij
Bij besluit van 11 april 2003 legde het college van burgemeester en wethouders van Voorst aan appellanten een last onder dwangsom en bestuursdwang op vanwege overtredingen bij hun veehouderij op een perceel. Appellanten voerden onder meer aan dat zij niet het bevoegd gezag waren en dat de begunstigingstermijnen te kort waren.
De Raad oordeelde dat appellanten samen de inrichting drijven en dat het college bevoegd gezag is. De bestuursdwang en last onder dwangsom waren rechtmatig opgelegd. De begunstigingstermijnen werden als redelijk beoordeeld en de stelling dat het college de bestuursdwang voortijdig zou hebben uitgevoerd, was niet relevant voor de rechtmatigheid van het besluit.
Wel werd geoordeeld dat het college niet had beslist op het verzoek van appellanten om vergoeding van kosten in de bezwaarprocedure, wat in strijd was met de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het besluit gedeeltelijk vernietigd voor zover het niet besliste op dat verzoek. Het college werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit deels vernietigd en het college veroordeeld in proceskosten en griffierecht.