ECLI:NL:RVS:2004:AR4294
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- P.A. Offers
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep inzake bestuursdwang verblijfsinrichting
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft appellanten bij besluit van 18 september 2002 onder bestuursdwang gelast de exploitatie van een verblijfsinrichting te beëindigen. Appellanten stelden beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar en tegen het besluit van 28 februari 2003 dat hun bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en tegen het besluit van 28 februari 2003 niet-ontvankelijk. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar mede heeft geacht te zijn gericht tegen het besluit van 28 februari 2003. Echter heeft de rechtbank ten onrechte het beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellanten nog een rechtens te beschermen belang hebben bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit, ondanks dat de bestuursdwang reeds is uitgevoerd.
De Afdeling vernietigt daarom het niet-ontvankelijkverklaringsbesluit van de rechtbank en wijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het besluit van 28 februari 2003 is vernietigd; de zaak is terugverwezen naar de rechtbank.