ECLI:NL:RVS:2004:AR7969
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- Ch.W. Mouton
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Weigering revisievergunning slachtafvalbedrijf wegens onacceptabele geurhinder
Appellante verzocht om een revisievergunning voor een slachtafvalbedrijf waar grondstoffen voor veevoeder en petfood worden geproduceerd. Verweerder, het college van gedeputeerde staten van Overijssel, weigerde de vergunning op grond van geurhinder die niet voldoende kan worden beperkt. Appellante betwistte het bevoegd gezag en de geurnormen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat verweerder wel bevoegd gezag is, omdat de inrichting onder categorie 8.1, onder e, van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer valt. De door appellante aangehaalde uitvoeringsregeling wijzigde hieraan niets. Vervolgens werd vastgesteld dat het acceptabele geurhinderniveau op 2 ge/m3 als 98-percentiel ligt, gebaseerd op de Nederlandse Emissie Richtlijnen en een bijzondere regeling voor de vleesindustrie.
De geurverspreidingsberekeningen van appellante werden verworpen vanwege een fout in de gebruikte gebouwmodule. De Afdeling achtte het aannemelijk dat de geurbelasting op omliggende woningen ruim boven het acceptabele niveau ligt. Ook was er onzekerheid over de diffuse en gekanaliseerde emissies. Het beroep werd daarom, voor zover ontvankelijk, ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de revisievergunning wordt deels niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard vanwege overschrijding van het acceptabele geurhinderniveau.