ECLI:NL:RVS:2005:AS5522
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bestuursdwang en onduidelijkheid in handhavingsaanschrijving lichtbakken en lichtmast
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft appellante onder bestuursdwang aangesproken om twee lichtbakken, een lichtmast en een bord met opschriften te verwijderen. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna hoger beroep bij de Raad van State werd ingesteld.
De Raad van State oordeelt dat het besluit onduidelijk en innerlijk tegenstrijdig is omdat het niet duidelijk aangeeft hoe appellante de situatie moet aanpassen om te voldoen aan de landschapsverordening. Het openlaten van een keuze door het college voldoet niet aan het rechtszekerheidsbeginsel en de vereisten van artikel 5:24 Awb Pro, waardoor het besluit vernietigd moet worden.
Verder is vastgesteld dat de lichtmast met bouwvergunning uit 1990 is geplaatst en dat deze vergunning ook een toets aan redelijke eisen van welstand inhield. Omdat er in de periode tussen intrekking van een eerdere landschapsverordening en de huidige geen landschapsverordening van kracht was, moet het verbod van de huidige verordening buiten toepassing blijven op deze lichtmast.
De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van het college, en bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot bestuursdwang wordt vernietigd en het college moet een nieuw besluit nemen met duidelijke omschrijving van te nemen maatregelen.