ECLI:NL:RVS:2005:AT1965
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.R. Schaafsma
- Ch.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Vernietiging lozingseisen zeldzame aardmetalen in vergunning oppervlaktewater
Bij besluit van 6 juli 2004 verleende de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat een vergunning voor het lozen van afvalwater op het IJ en Zijkanaal K te Amsterdam. Appellante, Albemarle Catalysts Company B.V., stelde beroep in tegen de lozingseisen voor zeldzame aardmetalen in de vergunningvoorschriften 14 en 15, die zij als te streng en onrechtmatig beschouwde.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de normstelling en oordeelde dat het niet in strijd is met de Wet verontreiniging oppervlaktewateren om normen te stellen voor zowel onverdunde deelstromen als de verdunde eindstroom. De normen zijn gesteld ter controle van de Lurgi-installatie. Het deskundigenbericht ondersteunde deze aanpak. Echter stelde de Afdeling vast dat het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid, mede omdat de Staatssecretaris zich later op een andere standpunt stelde over de streefwaarden.
Gelet op deze onzorgvuldigheid werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de normering van zeldzame aardmetalen betreft. De Afdeling stelde nieuwe lozingseisen vast en veroordeelde de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover het de lozingseisen voor zeldzame aardmetalen betreft, met vaststelling van nieuwe normen.