ECLI:NL:RVS:2005:AT2796
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M.H. Hirsch Ballin
- J.A.M. van Angeren
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bezwaar overbrenging zwavelhoudend afval naar Duitsland wegens onjuiste indeling nuttige toepassing
Appellante sub 1 en sub 2 hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dat bezwaar maakte tegen het voornemen om 16.000.000 kilogram zwavelhoudend afval uit te voeren naar Duitsland. De staatssecretaris stelde dat het ging om een verwijderingshandeling en niet om nuttige toepassing, omdat minder dan 50% van het afval werd teruggewonnen.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld aan de hand van relevante arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Daarbij is geoordeeld dat de installatie van appellante sub 2 primair is gericht op de productie van zuivere zwaveldioxide en dat de afvalstoffen hoofdzakelijk worden ingezet als brandstof ter vervanging van primaire brandstoffen.
Verder is vastgesteld dat minimaal 55% van het afval wordt verbrand en dat de vrijkomende warmte wordt benut voor stoom- en stroomproductie binnen het productieproces. Hierdoor wordt voldaan aan de voorwaarden voor nuttige toepassing als bedoeld in categorie R1 van bijlage IIB van de Richtlijn.
De Afdeling concludeert dat het bezwaar van de staatssecretaris ongegrond is en vernietigt het bestreden besluit. Tevens wordt het eerdere besluit van de staatssecretaris herroepen en wordt bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van de staatssecretaris tegen de overbrenging van zwavelhoudend afval is ongegrond verklaard en het besluit vernietigd.